Big data en kunstmatige intelligentie

Dankzij AI kan de dokter weer dokter zijn

natali_mis / stock.adobe.com

Aritificial intelligence geeft zorgverleners de tijd om de zorg echt beter te maken, aldus Allan Vafi. In de woorden van Eric Topol, cardioloog, wetenschapper en auteur kan AI de zorg zelfs weer menselijk maken. Maar dan moet er wel iets gebeuren.

In zijn drie boeken gaat Eric Topol als arts in op de noodzaak van een ingrijpende verandering van onze huidige gezondheidszorg (The creative destruction of medicine), het belang van de centrale positie van de patiënt (The patiënt will see you now) en de mogelijkheden van artificial intelligence om de dokter weer dokter te kunnen laten zijn (Deep Medicine).

Vooral het laatste hoofdstuk van zijn laatste boek, ‘Deep empathy’, gaat over deze menselijke dimensie. In mijn ogen is dit verplichte leesstof voor alle zorgprofessionals. Er dient meer tijd voor de patiënt te komen, maar meer tijd voor de patiënt  staat op gespannen voet met zoveel mogelijk productie. De focus op productie, registratie en documentatie leidt tot een zware administratieve last voor de zorgprofessional. Deze moet in de hem gegeven korte tijd van het consult, meer aandacht  besteden aan zijn computerscherm dan aan de patiënt die tegenover hem of haar zit. Het epd waar alle aandacht naar toe gaat, is in opzet een registratie- en factureringsportaal. Het is niet bedoeld voor dokters en verpleegkundigen en schiet ernstig tekort als het gaat om daadwerkelijke zorgverlening.

Meer tijd

Topol toont in zijn boek aan dat juist de tijd besteed aan de patiënt van cruciaal belang is. Uit studies blijkt dat meer tijd leidt tot een significante daling van ziekenhuisopnames en heropnames na ontslag uit het ziekenhuis.

Tijd zou gewonnen kunnen worden door deze administratieve taken uit te besteden. In de US wordt gewerkt met human scribes. Dit zijn functionarissen die tijdens het spreekuur aanwezig zijn, meeschrijven en data invoeren, waardoor de dokter zich volledig op de patiënt kan richten. Het grote bezwaar is dat het uit handen geven van het toetsenbord met nog meer kosten gepaard gaat voor het gebruik van de elektronische informatiesystemen. Bovendien kan de aanwezigheid van een buitenstaander in de spreekkamer storend werken.

Met technologieën als spraakherkenning en NLP (natural language processing) zouden deze taken digital kunnen worden uitgevoerd. Hiermee kun je veel tijd besparen. Tijd die je aan patiëntenzorg kunt besteden.

Wat is AI?

Artificial intelligence kan dus uitkomst bieden, maar wat is het precies? AI kom je tegenwoordig overal tegen, het is dagelijks het onderwerp van talrijke publicaties en nieuwsberichten.

AI klinkt misschien als een nieuwe ontwikkeling maar dateert al uit de jaren vijftig. Zonder het te beseffen maken we al jaren gebruik van artificial intelligence, zoals in het autonavigatiesysteem en bij het zoeken op internet. Met uitzondering van enkele datagedreven collega’s wordt er door zorgprofessionals niet en nauwelijks gesproken over AI. Dit omdat het niet duidelijk is wat het precies is en wat het voor de zorgprofessional concreet zou kunnen betekenen.

Als we er Wikipedia op naslaan wordt artificial intelligence gedefinieerd als ‘het vermogen van een systeem om externe gegevens correct te interpreteren, om te leren van deze gegevens, en om deze lessen te gebruiken om specifieke doelen en taken te verwezenlijken via flexibele aanpassing’.

Administratieve belasting

Dit is een formulering waar je als dokter niet direct warm van wordt. Associaties met ict-projecten, automatisering en epd-trajecten dringen zich op. Dit zijn zaken waar de meeste zorgprofessionals geen goede ervaring mee hebben, zaken die tot forse administratieve belasting hebben geleid, zonder daadwerkelijk de zorg te verbeteren. Weliswaar zinvol vanuit het oogpunt van de productie, registratie, en facturering maar ten koste van de tijd en aandacht voor de patiënt.

Mede door ontbreken van interoperabiliteit tussen verschillende systemen als Epic en Chipsoft zien zorgprofessionals zich vaak genoodzaakt om bijvoorbeeld bij overplaatsing van patiënten nog steeds gebruik te maken van ‘klassieke’ communicatiekanale. Ze faxen handgeschreven overdrachten en geven hun patiënt gebrande dvd-tjes mee.

Het verschil maken

Ict-ervaringen uit het verleden kleuren de toekomst. Het zou voor de hand liggen om ook zo tegen AI aan te kijken, maar ik ben er van overtuigd dat AI het verschil gaat maken. Alleen niet onder de benaming AI, maar onder de daaruit afgeleide toepassingen, zoals het navigatiesysteem in onze auto dat ik al eerder noemde.

Het draait allemaal om de ‘interface’, het koppelvlak tussen de technologie en de gebruiker. Deze interface bepaalt of een technologie als praktisch en zinvol wordt ervaren en dus gebruikt gaat worden. Hierbij geldt het adagium KISSS ‘keep it simple stupid (and sexy)’. Onze smartphone, ons navigatiesysteem, een spel als Pokemon Go zijn goede voorbeelden van perfect functionerende interfaces.

Interface

Met een dergelijke interface zou het mogelijk moeten zijn om allerlei vormen van AI in onze spreekkamer te introduceren. Een persoonlijke virtuele assistent, die we gemakshalve onze DocDoc kunnen noemen. Bij een veelvoud van taken kan assistentie worden geboden, terwijl de patiënt alle aandacht krijgt. Spraakherkenning en NLP kunnen worden ingezet om de gesproken informatie te registeren.

Eric Topol spreekt in Deep Medicine ook over het gebruik van een CDSS (clinical decision support system), door hem omgedoopt tot AIMS (augmented individualized medical support), als ondersteuning bij het komen tot de diagnose en de keuze van een behandeling. Voorbeelden van technologieën die het de dokter mogelijk maken weer dokter te zijn.

Door de zorgprofessional los te koppelen van zijn beeldscherm en toetsenbord kan in de spreekkamer tijd gewonnen worden voor de patiënt. Buiten de spreekkamer wordt er bij de beeldvormende diagnostiek, zoals in de röntgenologie, pathologie en oogheelkunde, al veel gebruik gemaakt van technologieën gebaseerd op AI.

Kansen

Er liggen dus kansen om de zorg met behulp van AI ‘beter’ te maken. Het is van groot belang dat succesvolle projecten op het gebied van AI brede aandacht krijgen en vervolgens worden nagevolgd.

Zoals Mathias Goyen, Chief Medical Officer bij GE Healthcare, recent stelde is er eigenlijk niets artificieels aan artificiële intelligentie. AI is geïnspireerd op mensen, gemaakt door mensen en is bedoeld voor mensen. In plaats van AI zou beter gesproken kunnen worden over IA, intelligent augmentation. Of nog anders geformuleerd, IA als een  intelligente assistent, die de mogelijkheden van de zorgprofessional vergroot, helpt navigeren in de zee van Big Data en ondersteuning biedt om de individuele patiënt een nog betere zorg te bieden.

Mensenwerk

AI zal echter nooit een zorgprofessional kunnen vervangen als het gaat om inschatten van een persoonlijke situatie, het betekenis geven aan alle hem aangeboden data en er in de besluitvorming selectief (en mogelijk intuïtief) voor kiezen om bepaalde factoren niet te laten meewegen. Als het gaat om verantwoording voor zijn handelen zal hij deze ook niet kunnen afschuiven op AI.  AI zal de dokter niet vervangen maar wel als assistent van onschatbare waarde blijken. Zorg blijft mensenwerk.

Allan Vafi is vaatchirurg. Hij studeerde geneeskunde in Groningen en volgde de specialisatie algemene chirurgie/vaatchirurgie in het Westeinde Ziekenhuis te Den Haag. Hij heeft ruim 30 jaar ervaring als vaatchirurg in Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk en in verschillende zbc’s/klinieken, waarvan hij er twee mede heeft opgericht. Hij volgde de MBA opleiding 2015 VvAA Business School en is bestuurslid van de MBA Alumnivereniging. Lees hier een eerdere blog van zijn hand. 

Datadilemma’s in de zorg

Ondanks de nieuwe mogelijkheden die al deze data ons brengen, ontstaan er ook ethische dilemma’s rondom eigenaarschap en gebruiksrecht. Van wie zijn de zorg gerelateerde data? Wie mag ze gebruiken en waarvoor? Wie is verantwoordelijk? Daarover gaat het congres Datadilemma’s in de zorg op 28 november.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties