E-health

‘De beloften van e-health worden nog niet waargemaakt’

© FocusTechnology / Alamy / mauritius images

‘De COPD-patiënt kan nog niet vertrouwen op e-health’. Dat blijkt uit een volgens opdrachtgever Hans Ossebaard van Zorginstituut Nederland ‘onthullend’ onderzoek. Slechts voor 6 van de 13 apps werd bijvoorbeeld 'enig bewijs van effectiviteit' gevonden.

Het onderzoek werd in opdracht van het ZIN uitgevoerd door het National eHealth Living Lab (NeLL), in samenwerking met Long Alliantie Nederland. Hiervoor werden de verschillende Nederlandse e-health toepassingen voor mensen met COPD in kaart gebracht en onderzocht op zaken als toepasbaarheid, effectiviteit en kosten.

‘Ik vind dit een onthullend onderzoek,’ zegt Hans Ossebaard. Hij was opdrachtgever namens het Zorginstituut in het kader van het programma Zinnige zorg. ‘e-Health en zorg op afstand houden naar mijn idee en dat van vele anderen een grote belofte in. Maar de vraag is wel: doet e-health wat het moet doen? Levert het betere zorg op tegen, als het kan, lagere kosten? Daar was in dit geval geen sprake van. De resultaten vielen ronduit tegen.’

Slechts 6 apps effectief

De onderzoekers van NeLL onderzochten in totaal 41 digitale toepassingen. Het ging daarbij om 13 digitale patiëntenplatforms en zorgprogramma’s (zoals teleconsulten of monitoring op afstand), 13 informatieve websites en 15 apps.

De apps waren gericht op zaken als medicatietrouw, stoppen met roken en informatie over COPD-gerelateerde onderwerpen. Slechts voor 6 apps werd enig bewijs van effectiviteit gevonden. ‘Minstens zo zorgelijk vond ik het feit dat er naar maar 3 apps wetenschappelijk onderzoek werd gedaan, en de cijfers van de informatieve websites waren niet veel beter,’ aldus Hans Ossebaard. ‘Dat is natuurlijk geen wenselijke situatie. Je moet wel onderzoek doen of technologische innovaties werken of niet.’

Ontbreken van informatie

De onderzochte zorgprogramma’s en patiëntenplatforms lieten evenmin in grote getale positieve resultaten zien. Slechts 5 van de 13 leverden aantoonbaar verbetering op in termen van kwaliteit van leven van gebruikers of het aantal ziekenhuisopnames. Dit had deels te maken met het ontbreken van informatie over de effectiviteit. ‘Ook dit wijst op een gebrek aan samenwerking met wetenschappers,’ aldus Hans Ossebaard. ‘En naar het lange termijn effect van deze programma’s en platforms is tot op heden nog helemaal geen onderzoek gedaan. Ik hoop dat partijen in de longzorg dit soort bevindingen gaan oppakken’.

De resultaten van het NeLL-onderzoek sluiten aan bij eerdere buitenlandse studies naar de effectiviteit van health apps. Recent Brits onderzoek wees bijvoorbeeld uit dat veel apps voor kankerpatiënten niet aan de basale kwaliteitseisen voldoen.

Jan en Alleman

‘Het gros van de health apps is onder de maat en door Jan en Alleman in elkaar geklust,’ zei Niels Chavannes naar aanleiding van dit onderzoek. Hij is hoogleraar e-health-toepassingen in disease management aan de Universiteit Leiden en oprichter van NeLL. ‘Ondanks de vele mooie verhalen, vallen de feiten heel vaak tegen,’ aldus Chavannes in Zorgvisie. Hij noemde de wereld van bouwers van gezondheidsapps zelfs ‘het Wilde Westen’, gevoed door het binnenhalen van klanten. ‘Er zitten een paar mooie dingen tussen, maar het gros is onder de maat.’

Zo ver wil Hans Ossebaard van het Zorginstituut niet gaan, maar hij ziet ook veel tekortkomingen. ‘Je kunt het natuurlijk ook verbetermogelijkheden noemen. Maar het is wel van belang dat we eraan werken dat de beloften van e-health ook worden waargemaakt. Where’s the evidence?, daar gaat het om. Dat vraagt van bestuurders en beleidsmakers, maar ook van zorgverleners en hun koepelorganisaties. De zorg loopt niet voorop als het om technologische innovatie gaat, en blijkbaar ook niet bij het onderzoeken hoe die innovaties werken. Maar met de uitdagingen waarvoor we staan in de zorg, in termen van financiën en personeelsgebrek, zullen we wel moeten. Ik hoop dat we met dit onderzoek de kwestie opnieuw op de agenda hebben gezet.’

Reacties