Internet of things

‘De meeste health apps zijn onder de maat’

© [M] Andrey Popov / stock.adobe.com

Brits onderzoek wijst uit dat veel apps voor kankerpatiënten niet aan de basale kwaliteitseisen voldoen. Volgens hoogleraar Niels Chavannes is het probleem breder. 'De app-wereld is het Wilde Westen.'

Slechts een op de vijf vrij te downloaden fitness-apps is geschikt voor patiënten die herstellen van kanker. Dit blijkt uit een onderzoek van de University of Surrey.

“Het gros van de health apps is onder de maat en door Jan en Alleman in elkaar geklust”, reageert Niels Chavannes, hoogleraar eHealth-toepassingen in disease management aan de Universiteit Leiden en oprichter van het National eHealth Living Lab (NELL). Hij wil op een positief-kritische manier het besef van kwaliteit bij app-bouwers stimuleren.

__________________________________________________________________________________________

Abonneer u nu op de nieuwsbrief van QruxxTech. En krijg daarmee iedere maandag een update van alle artikelen, blogs en nieuwsberichten.

___________________________________________________________________________________________

Chavannes: Wilde Westen

“Ondanks de vele mooie verhalen, vallen de feiten heel vaak tegen”, zegt Chavannes. Hij noemt de wereld van bouwers van gezondheidsapps zelfs ‘het Wilde Westen’, gevoed door het binnenhalen van klanten. “Er zitten een paar mooie dingen tussen, maar het gros is onder de maat.”

Hij schudt enkele tekortkomingen uit de mouw: “Gezondheisdapps hebben veel te vaak een magere inhoud en beperkte gedragsbeïnvloeding. Ook zijn ze te weinig gepersonaliseerd en hebben ze geen richtlijnen geïmplementeerd.”

Een zeer kwalijke situatie, vindt hij, omdat de consument juist hoge verwachtingen heeft van e-health. “Mensen denken dat e-health de toekomst is. Zij denken dat de apps, die ze heel makkelijk via de appstore kunnen krijgen, wel gecheckt zullen zijn.”

Fitness-apps bij herstel kanker

In het onderzoek van de University of Surrey, onder leiding van Jo Armes, hoofd van de afdeling Digital Health, zijn vrij verkrijgbare fitness-apps op smartphones gescreend op bruikbaarheid voor fysieke training bij het herstel van kanker. De onderzoekers zochten de apps via een zoekopdracht op iTunes en Google Play, zoals een patiënt dat ook zou doen.

Aanvankelijk troffen ze 341 apps. Ze schiften de apps vervolgens met een aantal criteria. De app moest bijvoorbeeld gratis zijn, Engelstalig, geschikt voor volwassenen. Ook was het een voorwaarde dat de app was gericht op lichamelijke oefening van het gehele lichaam en werkte zonder wearables. Daarbij moest de app doelen stellen en beschikken over een monitoring- en feedbackfunctie. De zwaarte van de oefeningen en het gehanteerde lichaamsbeeld moest passend zijn voor kankerpatiënten. In deze selectieronde vielen 247 apps af. Dit is 80 procent.

Kaf tussen het koren

De oorzaak dat er zoveel kaf tussen het koren zit, is volgens Chavannes dat ‘er geen autoriteit is die de stofkam erdoor haalt.’ In Nederland is daarom het National eHealth Living Lab (NELL) opgericht. Dit instituut werk samen met het Nederlands Huisarts Genootschap, de GGD en internationale partijen zoals de Britse National Health Service (NHS).

Chavannes merkt dat het NELL ‘na vrij vaak roepen’ als een waardevolle onafhankelijke club wordt gezien. Het signaal onder meer door de overheid opgepikt. “Vanuit VWS krijgen wij de vraag om de beste voorbeelden van apps te identificeren. Dit komt omdat verzekeraars meer eHealth gaan inkopen in verband met een tekort aan zorgverleners. Ze moeten dan wel weten wat ze willen vergoeden.”

Goede voorbeelden

Nu zal Chavannes niet snel zeggen dat een app perfect is, maar Thuisarts en de apps waarnaar Thuisarts verwijst zijn in ieder geval goed onderbouwd. Voor mensen met chronische aandoeningen noemt hij PPEP4ALL (patiënt en partner educatie programma voor alle chronische zieken). Deze app krijgt van hem een ruime voldoende. “PEPP4ALL is een zelfmanagement programma dat zich richt op gezond gedrag. De app is door psychologen samen met de eindgebruiker ontwikkeld en dient als een soort personal coach voor mensen met een chronische ziekte. De app is ook te gebruiken voor oncologiepatiënten.”

Kwaliteitsbewustzijn

Om de kwaliteit van gezondheidsapps te bevorderen wil Chavannes vooral appbouwers meer kwaliteitsbewust maken. “Dit moeten wij op een positief kritische manier opbouwen.” Het gaat dan om het hanteren van een aantal basisregels. Hij noemt er zes: bouwers moeten een app samen met de eindgebruiker maken, de app mag niet te moeilijk zijn zodat ook laaggeletterden ermee overweg kunnen, de app moet voldoen aan privacyregels, het moet duidelijk zijn waar data gehost zijn, data op gezondheidsgebied moeten zijn veiliggesteld en de app moet onafhankelijk op wetenschappelijke onderbouwing zijn getoetst.

Bibliotheek

Apps via een machine-learning algoritme screenen op kwaliteit en geschiktheid voor de betreffende patiënt, zoals de Britse onderzoekers voorstellen en de NHS ook al doet, vindt Chavannes geen realistische aanpak. “Zoekmachines selecteren louter op technische onderdelen. Er moet ook een inhoudelijke beoordeling van het klinisch effect plaatsvinden en een privacycheck. Dat kunnen algoritmes niet.”

NELL maakt liever een bibliotheek waarin alleen kwalitatief goed apps te vinden zijn. “Zo ontstaat een eredivisie van apps. Daarmee geven wij een positief signaal af naar de bouwers. Een appbouwer die een positie in de eredivisie krijgt, onderscheidt zich en genereert veel gebruikers.” NELL heeft 120 projecten onderhanden voor het beoordelen van gezondheidsapps.

Reacties