Big data en kunstmatige intelligentie

Erik-Jan Vlieger: ‘Artsen moeten stoppen met eigen vocabulaire’

Het prestige van het artsenvak belemmert vernieuwing in de zorg. Dat zegt arts-adviseur Erik-Jan Vlieger. Volgens hem moeten artsen de omslag maken naar het terminologiestelsel Snomed CT.

Volgens Vlieger zijn er tal van voorbeelden waaruit blijkt dat Snomed CT beter werkt. Hij geeft het voorbeeld van een academisch ziekenhuis waar het hoofd van de afdeling oogheelkunde voorstelde te stoppen met eigen formuleringen in het epd en voortaan te communiceren in Snomed CT als medische standaardtaal.

“Deze arts kon het gehele handelen van zijn afdeling in Snomed CT formuleren”, vertelt Vlieger. “Maar geen oogspecialist die het wilde gebruiken. Vermoedelijk omdat het aan hun professionele status tornde. Want als kennis vastligt in algoritmen, wat heb je daar dan intellectueel nog aan toe te voegen?”

Snomed CT en medische kennis

Een digitale infrastructuur voor medische kennis op basis van Snomed CT maakt het ook makkelijker om zorg op grotere schaal te delegeren aan ict en paramedici. “Bij veel huisartsen verzorgen praktijkondersteuners al de diabeteszorg en in ziekenhuizen doen physician assistants zelfs operaties.”

Vlieger kent zelfs een ziekenhuis waar een physician assistent op basis van algoritmen verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het antistollingsdossier bij bloedverdunners tegen trombose. “Zij heeft veel preciezere kennis dan de artsen. Bij uitzonderingssituaties die het algoritme niet beschrijft, raadpleegt deze assistent de arts. De oplossing leidt tot een nieuw algoritme. De arts kan zich weer richten op bijzondere ziektebeelden maar blijft in het patiëntencontact het vertrouwde gezicht.”

Delegeren van zorgbehandelingen

In het delegeren van zorgbehandelingen ligt misschien wel de toekomst als medici algoritmen durven te omarmen, stelt Erik-Jan Vlieger. “Het zijn de neurologen, de cardiologen en andere artsen die de protocollen in algoritmen moeten ontwerpen. En laten ze dan personeel aannemen of opleiden dat deze algoritmen voor een deel uitvoert of hiervoor het voorwerk levert.”

De tijd die de arts wint met deze aanpak, kan hij besteden aan onderzoek. “Bijvoorbeeld onderzoek hoe het beste met verschillen tussen patiënten kan worden omgegaan, hoe je aan de hand van algoritmen kunt reageren op onrealistische verwachtingen die patiënten van dokters hebben. En onderzoek hoe algoritmen artsen ondersteunen bij de multidisciplinaire behandeling van meervoudige chronische ziekten die de vergrijzing veroorzaakt.”

Kookboekgeneeskunde

Dat algoritmen artsen in een ‘keurslijf van kookboekgeneeskunde’ dwingen, zoals soms geringschattend gedacht wordt, daarover haalt Erik-Jan Vlieger zijn schouders op. “Als kookboekgeneeskunde de beste zorg is omdat algoritmen dat aangeven, dan is dat zo. Stel dat de geneeskunde helemaal af is en we alles weten? Dan hebben we een fantastisch digitaal kookboek met perfecte recepten.”

Wie is Erik-Jan Vlieger?

Erik-Jan Vlieger is van huis uit radioloog maar al vijftien jaar werkzaam als adviseur in de zorg. Eerst in dienst van KPMG en Plexus en sinds 2017 als zelfstandig ondernemer met zijn bedrijf Alii op het gebied van gepersonaliseerde geneeskunde. Vlieger schreef ook een boek – Het nieuwe brein van de dokter – over de voordelen van algoritmen om actuele medische kennis in de artsenpraktijk toepasbaar te maken.

“Omdat artsen grotendeels uit het hoofd werken, missen ze de precisie van de laatste stand van de wetenschap”, aldus Vlieger. “Daarom is ondersteuning nodig van een digitale infrastructuur van medische kennis die is vastgelegd in algoritmen. Die zijn preciezer en actueler dan de lappen tekst aan protocollen die artsen van een ziekenhuis schrijven op basis van richtlijnen van wetenschappelijke verenigingen.”

Loek Kusiak

Een uitgebreide versie van dit interview is te vinden in Zorgvisie ICT magazine.

Reacties