Hoe belandt een app in een medische standaard?

© [M] Andrey Popov / stock.adobe.com

Goede apps worden lang niet altijd veel gebruikt. Dat kan veranderen als een digitale toepassing in kwaliteitsstandaarden van zorgverleners komt. Maar hoe krijg je dat voor elkaar?

App-bouwer Petra Hoogendoorn en het National eHealth Living Lab (NeLL) werken hier samen aan, onder meer via de app ‘Goings-on’. Met deze app kunnen kankerpatienten bijhouden hoe het gaat met hun eigen doelen en symptomen. Artsen komen zo tot medische beslissingen die niet alleen bij een tumor passen, maar ook bij wat een patiënt belangrijk vindt.

Hoogendoorn wil dat kankerpatiënten de app krijgen van hun zorgverlener. Maar de arts of verpleegkundige moet dan wel zeker weten dat de app goed is. Daarom neemt Hoogendoorn uitgebreide testen af.

Lage gezondheidsvaardigheden

Het eerste onderzoek maakte duidelijk dat mensen met lage gezondheidsvaardigheden moeite hadden met de app. ‘In de app stond bijvoorbeeld het woordje ‘grip’. De mensen met lage gezondheidsvaardigheden maakten daar het woordje ‘griep’ van. Daar maakten we dus een andere keuze. Of men zocht naar een knopje. Ook daar pasten we het ontwerp op aan.’

Momenteel treft Hoogendoorn de voorbereidingen voor de tweede test, waarin een computer een groep patiënten in tweeën deelt. De ene groep gebruikt de app, de andere niet. Wat zijn de verschillen? Voor zo’n gerandomiseerde gecontroleerde test is een onderzoeksprotocol nodig. In dit geval bekeken de medisch-ethische en de wetenschapscommissie van de zes afdelingen in vijf ziekenhuizen van het onderzoek het protocol. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over het delen van data. De kosten van deze onderzoeken zijn voor rekening van Hoogendoorn zelf en de deelnemende ziekenhuizen.

Samenwerking met NeLL

Hoogendoorn besloot te promoveren bij het National eHealth Living Lab (NeLL). Ook het NeLL zelf onderwerpt digitale zorgtools in opdracht van de ontwikkelaar of andere partijen aan een type wetenschappelijk onderzoek dat rekening houdt met de omstandigheden van apps. Met de door NeLL ontwikkelde onderzoeksmethodieken worden e-health tools getoetst of een scan gemaakt van het totale aanbod. Dit proces neemt gemiddeld zes tot twaalf weken in beslag, veel sneller dus dan de gebruikelijke drie a vier jaar. Het kan hierbij gaan om een inhoudelijke beoordeling van een app of een inventariserend onderzoek, waarin de onderzoekers kijken wat het aanbod in Nederland is op het gebied van e-health voor mensen met een bepaalde aandoening, bijvoorbeeld COPD.

Minimaal twee onderzoekers

Bij een inhoudelijke beoordeling wordt de app door minimaal twee onderzoekers beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteitscriteria als betrouwbaarheid, onderbouwing en gebruikersparticipatie. ‘Voordat digitale zorg onderdeel wordt van de reguliere zorg, moet de zorgverlener ervan uit kunnen gaan dat de digitale tool aanbevolen kan worden’, zegt strategisch manager bij NeLL, Cherelle de Graaf. ‘Er is nu geen drempel voor het aanbieden van een app in een appstore. Er is geen vaste set criteria en geen toetsing.’

Uit eerder onderzoek maakt NeLL op dat app-bouwers de eindgebruiker te weinig meenemen in het ontwerpproces en te weinig nadenken over de plek van de app in het zorgproces. Daarnaast zouden ze meer rekening moeten houden met mensen met beperkingen. Zoals slecht zien, maar ook slecht horen en niet goed kunnen lezen. Ook is meer aandacht nodig voor privacy en data-eigendom. Het moet duidelijk zijn waar de tool gehost wordt. Ook is het noodzakelijk om data veilig te stellen en de app onafhankelijk op wetenschappelijke onderbouwing te toetsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties