E-health

Informatieberaad start PR-offensief over nationale doelstellingen e-health

Andrey Popov / Fotolia

De doelen van voormalig VWS-minister Schippers op het gebied van e-health, lijken niet te worden gehaald. Om de nieuwe outcomedoelen kracht bij te zetten, brengt het Informatieberaad Zorg een aantal positieve berichten naar buiten.

Medio 2014, inmiddels 4,5 jaar geleden, formuleerden de toenmalige minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn van het ministerie van VWS een aantal harde doelstellingen en ambities op het gebied van e-health.

Binnen vijf jaar moest tachtig procent van de chronisch zieken direct toegang hebben tot medische gegevens. Ook zouden chronisch zieken en kwetsbare ouderen dan zelfstandig thuis metingen konden uitvoeren. En iedereen die dat nodig had, zou 24 uur per dag beeldschermzorg kunnen ontvangen.

Niet gehaald

Het lijkt erop dat deze doelstellingen niet worden gehaald, schrijft onderzoeksjournalist Jan Jacobs op smarthealth.nl. Hij trekt deze conclusie naar aanleiding van de eHealth Monitor 2018.

Inmiddels zijn de doelstellingen van Schippers vervangen door enkele volgens waarnemers minder ambitieuze ‘outcomedoelen’ van het Informatieberaad Zorg. Dit is een samenwerkingsverband van overheid en zorgsector voor het verbeteren van e-health en digitale uitwisseling van medische gegevens.

Gebrek aan regie

Deze outcomedoelen zijn onlangs kritisch beoordeeld door KPMG. In het rapport Outcomedoelen in kaart stelde het adviesbureau dat de landelijke uitwisseling van medische gegevens stagneert vanwege een gebrek aan regie.

Nederland kent een lappendeken aan projecten om digitale communicatie en standaardisatie in de zorg te verbeteren, aldus het rapport. Maar een masterplan ontbreekt en de rollen van de betrokken partijen zijn niet duidelijk. Ook zijn de doelstellingen van het beleid te ruim geformuleerd en voor meerdere interpretaties vatbaar. Bovendien ontbreken duidelijke meetinstrumenten.

Versnelling in outcomedoelen

Het Informatieberaad lijkt zich bewust van deze kritiek en meldt dat er sprake is van een versnelling in het realiseren van de outcomedoelen.  Dit speelt onder meer in de regio’s Twente, Achterhoek, Zuidoost Friesland, Zuidoost Brabant en Utrecht. Zorgverleners zijn hier actief met het realiseren van een regionale persoonlijke gezondheidsomgeving (pgo).

In de eerste drie regio’s gebeurt dit in een gezamenlijke inspanning van zorgaanbieders uit diverse sectoren. Het gaat hierbij om de vvt-sector, de thuiszorg, de ziekenhuizen en de huisartsen. Samen werken zij aan een plan van aanpak. Zij hebben daar volgens het Informatieberaad ‘aandacht voor de effecten en de potentiële voordelen van een regionaal PGO voor mensen met een zorgvraag en voor zorgverleners’.

Eén platform

In Zuidoost Brabant  staat de ontsluiting voorop van de verschillende informatiesystemen in de regio naar één platform. Vervolgens kan de patiënt zelf een pgo kiezen dat voldoet aan de Medmij-standaard. Door één enkele koppeling naar het platform zijn medische gegevens van alle deelnemende zorgaanbieders in de regio in één keer te ontsluiten.

In het kader van Outcomedoel 3 (‘Gestandaardiseerde informatie-uitwisseling’) is daarnaast sprake vban versnelling in het project Veilige Mail. Er zijn voorbereidingen getroffen voor het opstellen van een veldnorm en standaarden.

Veilige mail

Ook wordt gewerkt aan een strategie voor het realiseren van veilige mail in de zorg en aan een implementatiekader. ‘Hierbij is aandacht voor de wensen en eisen van toekomstige gebruikers in de zorg en van leveranciers,’ aldus het Informatieberaad.

Intussen ziet Hylke Kingma van KPMG, auteur van het rapport over de outcomedoelen, nog altijd een rol weggelegd voor VWS en het Informatieberaad. “Er wordt leiderschap gevraagd”, zegt hij in Zorgvisie. “Dat is nodig bij een belangrijk thema als de veilige uitwisseling van zorggegevens. Binnen de muren van de zorginstellingen is het goed geregeld, maar daarbuiten nog niet. Dat vraagt om duidelijkheid en richtlijnen vanuit de overheid.”

 

 

 

 

 

Reacties