E-health

Innovatie Yeah!

Innovatie is wel hèt buzzword van deze tijd. Innovatie is goed. Jong. Mooi. Waar. ‘We love innovation’ (ongeveer 630.000.000 resultaten in 0,39 seconden). ‘Innovation is love’ (ongeveer 765.000.000 resultaten in 0,44 seconden).

Iedereen is vóór. Niemand is tegen. Wie tegen innovatie is, is tegen de toekomst, de jeugd en het leven dat zich tenslotte ook steeds vernieuwt.

Ook in de zorg is innovatie een, welhaast onweersproken, vaste waarde. Een polyforme waarde bovendien, want we gebruiken vaak wild-uiteenlopende definities van innovatie, toegepast op producten, ideeën, processen of systemen. Van veranderkundige concepten die de zorgorganisatie/-coördinatie diepgaand vernieuwen en verbeteren tot en met eenvoudige lo/no-tech aanpassingen van conventionele zorg. Een geïnflateerde waarde ook, want daardoor kan het alles en niks betekenen. Reden waarom velen het i-woord eigenlijk liever niet gebruiken of zelfs verfoeien. Zelf ontkom ik er niet aan (…). Maar wèl met ondertiteling.

_________________________________________________________________________________________

Abonneer u nu op de nieuwsbrief van QruxxTech. En krijg daarmee iedere maandag een update van alle artikelen, blogs en nieuwsberichten.

___________________________________________________________________________________________

Voor mij impliceert innovatie in elk geval altijd: verbetering. De kannibaal die met mes en vork gaat eten: niet innovatief. De HoloLens voor effectief doden: idem. Scott Berkun heeft een betere, zo niet “de beste”, definitie voor wie het gebruik niet kan vermijden. Innovatie is voor hem een uitkomst die een ‘significante, positieve verandering’ betekent. Niet elke verandering is een innovatie, niet elke innovatie is een verbetering, niet elke verbetering een innovatie, niet elke verandering een verbetering. Check. Er wordt vaak ook maar wat geroepen. Double check. Want innovatie is rad. Triple check.

Spectaculaire innovaties

Spectaculaire innovaties spreken altijd tot de verbeelding: 3D-geprinte schedelimplantaten voor een verminkt kind; neurotechnologie die blinden laat zien en verlamden doet lopen; verloren geheugen terughaalt; algoritmes die preciezer dan de arts diagnosticeren; chirurgische navigatie via augmented reality, adaptieve intelligentie – de vierde industriële revolutie is aangebroken. Dit soort zaken heeft echter nauwelijks invloed op het quadruple aim, waarvoor veel minder spannende verbeteringen veel meer impact opleveren: hoog-risico zwangeren die via hun mobieltje hun bloeddruk doorgeven aan de verpleegkundige en zo niet wekelijks naar het ziekenhuis hoeven komen. Eén organisatie die de nachtdiensten organiseert in plaats van elke zorginstelling zijn eigen nachtdienst. Handelingen nalaten, die niet door bewijs worden geschraagd of geen toegevoegde waarde hebben voor de patiënt. De werkelijkheid van het grootste deel van de zorg kent een totaal andere dynamiek dan die van de high-tech industrie. In de dagelijkse zorg gaat het bij voorbeeld om kalmeren, om iets drie keer uitleggen, om troost en begrip, informeren en communiceren, omgaan met pijn en angst, lijden en ongemak. Het gaat om de patiënt. In de industrie om ‘exponentiële’ groei, om continue, snelle ontwikkeling, om marketing, investeringen, marktaandeel, competitie en winst. Het gaat om de klant.

Verschil in tempo

Dit verschil in tempo en dynamiek heeft een complex van valse verwachtingen tot gevolg. Zowel de angst voor technologie die de zorg zou dehumaniseren als de adoratie van technologie als verlosser komen er uit voort. Dat laatste domineert in deze tijd. Verlichting boven Romantiek. Utopie boven dystopie. De urgentie om technologische zorginnovatie te laten slagen is dan ook niet gering. Vergrijzing, kostenstijging, personeelstekort, verduurzaming. Zeitgeist mantra. Digitale tech moet bijdragen aan het verminderen van de zorgconsumptie èn de -productie. Dat is de opdracht. En er moet geld verdiend worden.

Niet gematerialiseerd

Maar de hoge verwachtingen zijn niet gematerialiseerd. Ondanks mega-investeringen is de veelgeroemde potentie van bij voorbeeld eHealth voor doelmatigheid, effectiviteit, kwaliteit niet of nauwelijks aangetoond. Wèl aanwijsbaar zijn desinvestering, medicalisering, ongelijkheid, verspilling, wantrouwen en andere onbedoelde gevolgen van innovaties die juist geen verbetering bleken. Dat is niet het happy clappy verhaal van zorginnovatie, maar we kunnen er wèl van leren. Een recente publicatie in het New England Journal of Medicine schrijft het teleurstellende gebrek aan impact van 20 jaar digitale innovatie toe aan dat we in de zorg nog steeds niet de behoeften van de patiënt op #1 plaatsen. We zouden te weinig kijken naar wat echt nodig is en gevraagd wordt door de patiënt en in plaats daarvan teveel vanuit de bestaande resources denken. Zouden we een meer service-gerichte benadering hebben dan zouden doelmatigheid en kwaliteit enorm kunnen toenemen. Die observatie is natuurlijk niet nieuw, deels ook geldig voor ons land, en hoe dan ook zeer ongemakkelijk. Ook omdat andere sectoren dan de gezondheidszorg, het kennelijk beter doen in dit opzicht, nog los van dat zij meer investeren.

Voorbeelden succesvolle innovaties

Gelukkig zijn er ook vele voorbeelden van succesvolle innovaties met klinische relevantie en betere zorgkwaliteit. Alleen is de bewijsvoering en de opschaling een hardnekkig probleem. In ons open systeem is dat wel een showstopper. Verzekeraars en artsen hebben een essentiële, centrale rol waar het gaat om te bepalen of een nieuwe zorgvorm wordt opgenomen in de zorgverlening. Zij leggen deze langs de lat van ‘de stand van wetenschap en praktijk’, een beoordelingskader dat door Zorginstituut Nederland is opgesteld. Daarvoor zijn de principes van evidence-based medicine belangrijk: wat is de bewijskracht van de beschikbare medisch-wetenschappelijke gegevens. Bewezen effectiviteit is cruciaal: werkt de nieuwe vorm beter dan bestaande zorg of wellicht even goed tegen lagere kosten? Indien deze private partijen van oordeel zijn dat dit inderdaad het geval is, kan een innovatie reguliere zorg worden, en daarmee worden vergoed uit de collectieve basisverzekering. Dan is er een structurele financiering. Fijn voor de investeerder, voor de ontwikkelaar, de zorgaanbieder en …. de patiënt.

Niet onderzocht

De meeste digitale zorginnovaties kunnen die toets nog niet doorstaan. Ze zijn niet onderzocht, op een rammelende manier onderzocht, of wel goed onderzocht maar niet overdreven effectief bevonden. Moeten zij soms anders beoordeeld worden? Het zijn tenslotte complexe, sociale interventies, waarin gedrag en cultuur zwaarder wegen dan de technologie zelf. Het gaat om perpetual bèta tech die al weer is veranderd voor je met je ogen knippert. Zo dynamisch dat het niet te onderzoeken is met het arsenaal aan methoden dat we hebben. Nee dus, digitaal exceptionalisme is onzin. Digitale zorg is uiteindelijk ‘gewoon’ zorg en moet aan dezelfde eisen van veiligheid, ethiek en kwaliteit voldoen. En vooral ontwikkeld worden vanuit de behoeften van zorgvragers. Sinds enige tijd is er in ons land een digitaal panel opgezet dat daarvoor behulpzaam is. Via Gezonde Mening ­kunnen patiënten, mantelzorgers, vrijwilligers, zorgprofessionals en andere geïnteresseerden hun ervaring inzetten voor de ontwikkeling van zorginnovaties. Dat lijkt me op zich al een positieve verandering. In Engeland zijn door NICE et al. standaarden voor de bewijsvoering opgesteld waar digitale zorgtechnologie aan zou moeten voldoen als het gaat om effectiviteit en kosten-effectiviteit. Goed idee. Ook voor ons land lijkt me dat een positieve verandering.

Eigen achtertuintjes

Blijft dat de zorg geen gewone ‘markt’ is, maar sterk gecompartimentaliseerd, met verschillende onderliggende wet- en regelgeving, en vele stakeholders, en eigen achtertuintjes. Met een sterke emotionele en morele component. Sociale innovatie met technologie is hier een complex veranderproces waarin van innovators naast creativiteit en ondernemingsgeest, ook uithoudingsvermogen wordt gevraagd. En kennis van de regels van de innovatie-arena. De motivatie ìs er en wordt breed gedeeld: innovatie is nodig om de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg te bewaren en te verbeteren. En duurzaamheid – groene zorg – te realiseren. Zonder futuristische superlatieven die alleen in de geest verlossing bieden maar niet op de vloer. Er is geld beschikbaar: zowel vanuit de overheid met talrijke initiatieven die convergentie kunnen gebruiken, als vanuit het bedrijfsleven, als via PPP. Vraaggerichtheid, onderzoek en standaardisatie kunnen deze projecten wind onder de vleugels geven. Op weg naar minder zorg en meer gezondheid.

Hans C. Ossebaard werkt als adviseur Innovatie & eHealth voor Zorginstituut Nederland. Sinds 2017 werkt hij bij de VvAA aan ontwikkeling en implementatie van bruikbare e-health oplossingen voor de uitvoeringspraktijk. Hij doceert aan Amsterdam UMC. Lees hier zijn vorige blog.

Reacties