Medische Technologie

Kan een sociale robot je vriend worden?

Sociale robot Phi ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking

Sommige cliënten van gehandicapteninstelling Philadelphia ontwikkelen gevoelens van vriendschap voor de sociale robot Phi. Dit blijkt uit een evaluatie van begeleiders na drie jaar werken met de robot.

Dat cliënten Phi zien als een vriend blijkt bijvoorbeeld uit de reacties van cliënten als de robot hen helpt herinneren aan praktische zaken, zoals ‘vergeet niet je tanden te poetsen’ en ‘leg je kleren klaar voor morgen’. Dat werd eerst gezegd door de begeleiding, maar als Phi het zegt, ziet de cliënt het als zelfstandig uitvoeren van taken, zonder hulp van begeleiding.

‘Het voelt dan meer als een extra steuntje in de rug om het zelf te doen’, zegt begeleider Remco Wiggers. ‘De zelfredzaamheid verbetert. Ze zijn trots op zichzelf dat ze zelf een taak hebben uitgevoerd zonder dat er begeleiding bij is. Dat is heel mooi om te zien.’

Twee weken Phi

Wiggers werkt achttien jaar bij Philadelphia, eerst als begeleider, nu sinds anderhalf jaar als onderdeel van het robot-team. Het team stelt Phi ook zo in dat cliënten sneller naar de begeleiders toegaan als ze ergens mee zitten. Als Phi dat een paar keer week zegt, doen de cliënten het eerder. Wiggers: ‘Ze accepteren meer van Phi omdat ze hem zien als een maatje. Na twee dagen ontstaat er al een vriendschap of een band. Het is nog wel de vraag of die band ook aanhoudt als Phi langer dan twee weken bij de cliënt blijft.’

Wat misschien ook helpt, is dat Phi praat in korte, heldere zinnen. ‘De manier waarop Phi communiceert past goed bij de cliënt. Begeleiders kunnen daar ook weer hun voordeel mee doen. In de praktijk zagen we dat een paar begeleiders zich bewuster werden hoe ze communiceren met cliënten en langzamer zijn gaan praten in kortere zinnen.’  

Begeleider als coach

De komst van Phi verandert het werk van begeleiders op meer manieren. De inzet van een robot bij de begeleiding van cliënten, vraagt om een andere manier van werken bij de begeleiders. ‘In het begin zijn begeleiders wat aftastend’, zegt Wiggers, ‘maar later zien ze de mogelijkheden. Begeleiders komen dan zelf ook met ideeën over wat Phi zou kunnen zeggen tegen een specifieke cliënt. Zo komt de samenwerking tussen robot en begeleider op gang. Begeleiders merken dat ze sommige zaken kunnen overlaten aan de robot, waardoor ze zelf een meer coachende en adviserende rol kunnen innemen. Dat zorgt weer voor een diepere relatie tussen cliënt en begeleider dan alleen functionele aansturing.’

Wat ook speelt, zijn vragen rond privacy. Sommige begeleiders bij gehandicapteninstelling Philadelphia zouden graag toegang krijgen tot de data die sociale robots verzamelen tijdens het contact met de cliënt. Ze zouden dan gerichtere vragen kunnen stellen om cliënten nog beter te kunnen bijstaan. De vraag is of dat wenselijk is. De discussie hierover moet nog beginnen.

Reacties