ICT infrastructuur

Minister Bruins: ‘Ook ict-leveranciers moeten voldoen aan wettelijke verplichting’

Foto: Ministerie van VWS/ Phil Nijhuis

Minister Bruno Bruins van VWS wil vaart maken met de wettelijke verplichting tot het elektronisch delen van medische informatie. Dit geldt nadrukkelijk ook voor ict-leveranciers. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer. De eerste reacties zijn positief.

‘Goede en tijdige informatie-uitwisseling met de patiënt en tussen zorgprofessionals onderling is nodig voor goede kwaliteit van zorg. Zorgverleners beschikken te vaak niet over de informatie die ze nodig hebben en zijn teveel tijd kwijt met faxen of het op dvd branden van gegevens.’

__________________________________________________________________________________________

Abonneer u nu op de nieuwsbrief van QruxxTech. En krijg daarmee iedere maandag een update van alle artikelen, blogs en nieuwsberichten.

___________________________________________________________________________________________

Dat schrijft minister Bruins voor Medische Zorg aan de Tweede Kamer. Zijn brief is een vervolg op een eerdere brief, waarin de bewindsman aankondigt de regierol in dit gevoelige dossier meer naar zich toe te trekken. Nu kondigt Bruins verdere stappen aan voor wetgeving die zorgverleners en zorginstellingen verplicht tot digitale dossiervoering en elektronische gegevensuitwisseling.

Bruins: twee sporen

Deze wettelijke verplichting wordt stapsgewijs ingevoerd, aldus de minister. Het gaat hierbij om beleid op twee sporen. Allereerst wil Bruins regels stellen over welke gegevens worden gedigitaliseerd. In zijn brief noemt hij het voorbeeld van de spoedzorg, waar dringend behoefte is aan duidelijkheid op dit vlak.

Het tweede spoor heeft betrekking op de manier waarop de digitale gegevensuitwisseling moet plaats vinden. Eenheid van taal, bijvoorbeeld met het internationale ‘zorgwoordenboek’ SNOMED CT, is daarbij een van de opties.

Ook voor leveranciers

De regels gaan niet alleen gelden voor zorgverleners en zorginstellingen, maar ook voor ict-leveranciers. ‘Ik overweeg verplichte certificering van infrastructuren en ICT-systemen zodat leveranciers ook weten waar ze aan toe zijn,’ aldus Bruins. ‘De hiervoor benodigde normen zullen samen met de industrie tot stand moeten komen.’

De wetgeving die Bruins op het oog heeft, kost tijd. Hij kondigt aan in de loop van dit jaar met een concept-wetsvoorstel te komen, dat in de loop van 2020 aan de Kamer wordt voorgelegd. De wet zou dan van kracht kunnen worden op 1 januari 2021.

Problemen met privacy

Problematisch is de bestaande wetgeving op het gebied van privacy, aldus Bruins in zijn brief. De Wet Aanvullende Bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (de WABvpz) staat volgens hem elektronische uitwisseling van gegevens soms in de weg. In deze wet is namelijk een aparte toestemming opgenomen voor het elektronisch beschikbaar maken van gegevens voor andere zorgaanbieders. Als iemand deze toestemming niet heeft gegeven, zijn de medische gegevens nooit direct digitaal beschikbaar. Bruins wil daarom de WABvpz gaan aanpassen, kondigt hij aan.

‘Een mooie brief

De reacties op de brief van Bruins zijn over het algemeen positief. ‘Ik vind het mooie brief, die alle problemen nadrukkelijk adresseert,’ zegt Hylke Kingma van KPMG, die naar aanleiding van een eerdere publicatie aangaf dat een strakkere regie van de overheid zeer gewenst was.

Die regierol neemt de overheid nu, aldus Kingma. ‘De minister stelt een aantal concrete oplossingsrichtingen voor, die duidelijk gebaseerd zijn op de behoeften en vragen uit het veld. Wat ik ook een goede zaak vind, is het feit dat het Informatieberaad Zorg nu meer concreet kan gaan sturen.’

Rol regio’s

Potentieel lastig zijn nog de opgaven rond de ict-leveranciers en de rol van de regio’s,’ vervolgt Kingma. ‘Wat dat eerste betreft heeft de minister al een aantal voorstellen gedaan, maar daar zitten wat mij betreft nogal wat haken en ogen aan. Zo moeten de leveranciers ‘pre-concurrentieel’ gaan samenwerken, maar ik vraag me af of dat gezien hun marktpositie haalbaar is. De concurrentie tussen deze bedrijven is immers groot.’

Ook de regionale uitwerking van de voorstellen van de minister vraagt volgens Kingma om aandacht. ‘Uiteindelijk vindt de meeste uitwisseling van medische gegevens plaats in de regio. Daar moeten goed afspraken over worden gemaakt. De regionale organisaties voor zorg-ict spelen daarin een belangrijke rol, maar hun positie verschilt nogal. Ook over de keuzes van bijvoorbeeld uitwisselingsstandaarden moeten nog afspraken worden gemaakt. Maar dat zijn vervolgstappen, die niet direct onder de verantwoordelijkheid van Bruins vallen. Ik ben er dus vooralsnog positief over wat zijn brief de komende periode teweeg kan brengen.’

Reactie Theo Hooghiemstra

Ook jurist Theo Hooghiemstra, MedMij-bestuurder en directeur Hooghiemstra & Partners, is positief over de plannen. Al wijst hij er wel op dat je pas een definitief oordeel kunt geven als de eerste wetsteksten er zijn. ‘Maar de intentie is goed, het is zelfs een historisch moment,’ aldus Hooghiemstra. ‘Zo duidelijk zijn de ambities van de minister nog niet eerder geformuleerd.’

Wat het aanpassen van de privacywetgeving betreft, zegt Hooghiemstra het te begrijpen dat dit nodig is. ‘In acute situaties moet de uitwisseling van gegevens mogelijk zijn, anders is er een gevaar voor de gezondheid. Dat is goed. Maar de wetgeving moet wel zorgvuldig zijn. Het schrappen van toestemming mag alleen maar mogelijk zijn als het echt nodig is en als er geen misbruik van kan worden gemaakt. Dat kunnen we pas beoordelen in een volgend stadium van het wetgevingstraject.’

‘Tempo is ambitieus’

Het tempo dat de minister voor ogen staat is volgens Hooghiemstra ambitieus. ‘De ervaring leert dat deze processen veel tijd kosten. Er komt een concept-wet, en alle betrokkenen moeten er naar kijken en aanpassingen kunnen voorstellen. Daarna moet de Tweede Kamer akkoord gaan en vervolgens de Eerste Kamer. En dan gaan we er vanuit dat het kabinet blijft zitten.

‘In dat licht bezien is invoering op 1 januari 2021 snel. Maar als iedereen meewerkt, is het niet onhaalbaar. We gaan het zien. Het tekent in elk geval de ambities van de minister.’

 

 

 

Reacties