Medische Technologie

Ontwikkelen sociale robot Alice 2.0 is pionierswerk

Alice 1.0

De sociale robot Alice was in 2015 een succes. Een nieuwe versie, Alice 2.0, wordt op basis van open source ontwikkeld samen met de gebruikers.

Medische robots zijn anno 2019 best gebruikelijk. Ze helpen bij opereren, patiënten tillen, medicijnen uitdelen, noem maar op. Maar een ‘welzijnsrobot’ die ouderen helpt eenzaamheid te voorkomen? Dat zie je niet zo vaak.

Niet voor niets trok sociale robot Alice, ontwikkeld door de Vrije Universiteit, in 2015 veel aandacht, bijvoorbeeld met de documentaire ‘Ik ben Alice’. In 2016 besloten de Vrije Universiteit en Deloitte om samen te werken aan de doorontwikkeling van het prototype. Dit werd Alice 2.0, ontwikkeld in nauw overleg met ouderen en designers. Open source, de kennis is voor iedereen beschikbaar.

“Eerst richtte de inzet van Deloitte zich op het businessplan en de marketing”, zegt Franklin Heijnen, creative director bij Deloitte Digital. “Vorig jaar besloten we onze technische kennis in te zetten om de sociale robot ook echt te máken.”

Alice 2.0: zelfredzaamheid

Alice 2.0 moet zelfredzaamheid te ondersteunen, de kwaliteit van leven te verbeteren en eenzaamheid verlichten. Het is de bedoeling dat ze uitgroeit tot een ‘persoonlijk maatje’ dat uit zichzelf een gesprek kan aanknopen en kan reageren op haar gesprekspartner en situaties om haar heen.

Alice 1.0 kon dat maar beperkt. Die werd voor een deel op afstand bestuurd. Nu moet Alice ingericht worden op leren converseren. En ze moet aantrekkelijk zijn in haar ‘look and feel’.

The Garage

Dus wordt nu druk geschetst, ge-3D-print en getest in The Garage. Dit is Deloitte’s nieuwste werkplek in een voormalige Citroën-garage in Amsterdam. Het totale team dat de afgelopen twee jaar aan Alice heeft gewerkt, bestaat uit ongeveer dertig man (m/v). Dat zijn onder andere strategen, designers, researchers en software ontwikkelaars.

In The Garage werkt een compact team aan Alice 2.0. “We zitten midden in een reis”, zegt Heijnen. “In dialoog stellen we ouderen en zorg professionals vragen over wat en hoe ze met een robot willen communiceren. En soms sla je daarbij een doodlopende weg in. Wij dachten bijvoorbeeld dat het een aantrekkelijke optie zou zijn als de robot nieuws en actualiteiten zou kunnen doorgeven. Bijvoorbeeld door een koppeling met nu.nl. Maar dat bleek helemaal niet te werken. Wat wel heel goed helpt is muziek van vroeger laten horen.”

Daar kunnen de ontwikkelaars op verder bouwen door bijvoorbeeld te werken aan goede speakers of samenwerking te zoeken met Spotify. En zo zijn er nog zo’n twintig of dertig gebieden waarop de ontwikkelaars de gebruikers beter leren kennen om zo de ‘user-case’ te verbeteren.

Sociale interactie

De ontwikkelaars steken veel tijd en moeite in het dagelijkse contact tussen robot en oudere. “We moeten dialogen construeren, met hulp van bijvoorbeeld Google-talk en Watson. En Alice moet leren conversaties te voeren zonder hinderlijke herhalingen”, legt Heijnen uit. “Dus moeten we haar trainen in vragen stellen, luisteren en zo ontdekken waar een oudere graag over praat.”

Dat is een kwestie van uitproberen en testen, vertelt de creative director. “Er is nog zoveel onbekend op het gebied van sociale interactie met robots.”

Nieuwsgierig kind

Ook op andere gebieden pioniert het team. Er wordt gewerkt aan de beweging van de ogen, zodat de gesprekspartner ook kan zien dat Alice luistert. Betere microfoons moeten ervoor zorgen dat de robot ook onduidelijk sprekende ouderen verstaat. En andersom moet Alice goed verstaanbaar zijn, dus is er contact met de vakgroep Linguïstiek van de VU.

De robot moet verder prettig aanvoelen door zacht materiaal. En ze moet prettig klinken. Franklin Heijnen: “We zijn erachter gekomen dat toonhoogte veel verschil kan uitmaken. Een iets hogere stem is prettig. Het maakt niet uit of die mannelijk of vrouwelijk is.”

Al die dingen zijn bepalend hoe ouderen acteren met Alice 2.0, stelt Heijnen. Het zegt wat over hoe de robot wordt ervaren. De ontwikkelaars hanteren een metafoor: Alice moet lijken op een nieuwsgierig kind.

Ecosysteem

Onlangs werd een nieuwe versie van het prototype afgerond dat de testcyclus in kan. Zo werken de VU en Deloitte lean aan Alice 2.0. Verbeteren, testen, verbeteren, testen, enzovoorts. Volgens de startup-methode. En alles wat het team leert op het gebied van bijvoorbeeld algoritmes, code of AI wordt straks openbaar gemaakt.

“Ons doel is niet om zelf robots te verkopen. Al onze kennis is beschikbaar voor instellingen,  wetenschappers of entrepreneurs die ook met robotica bezig zijn”, zegt Heijnen. “We willen een soort ecosysteem neerleggen voor open innovatie.”

Dagelijks contact

De komende maanden wordt gewerkt aan verbeteren van het dagelijkse contact. “Ouderen moeten een prettige, betekenisvolle tijd met Alice kunnen doorbrengen. Dat moet groeien van enkele minuten naar enkele uren tot de hele dag, zodat Alice ook kan variëren in actievere en stillere periodes”, zegt Heijnen.

Stap twee is Alice steeds intelligenter maken. “Dat gaat verder dan het invoeren van beslisbomen. De robot moet echt zelfstandig kennis kunnen opbouwen.”  De derde pijler waar het team aan werkt is de samenwerking met zorginstellingen en ondernemers, sociaal én commercieel. “We willen samen robots realiseren die de wereld een beetje beter maken”, besluit Franklin Heijnen. Hij roept iedereen die daar een bijdrage aan wil leveren op om contact op te nemen.

 

 

 

 

 

Reacties