Medische Technologie

‘Telerevalidatie voorkomt een op de drie voortijdige sterfgevallen’

© Lmproduction / Fotolia

Telerevalidatie van hartpatiënten wordt sinds dit jaar door zorgverzekeraars vergoed. Het Máxima Medisch Centrum boekt opmerkelijke resultaten. Sinds kort ook voor patiënten met hartfalen en COPD.

Cardioloog en sportarts Hareld Kemps van het MMC spreekt van een “belangrijke stap op weg naar meer zorg op afstand en zelfmanagement, waarmee we 30 tot 40 procent voortijdige sterfgevallen voorkomen.”

__________________________________________________________________________________________

Abonneer u nu op de nieuwsbrief van QruxxTech. En krijg daarmee iedere maandag een update van alle artikelen, blogs en nieuwsberichten.

___________________________________________________________________________________________

Hart- en vaatzieken zijn jaarlijks verantwoordelijk voor ongeveer 40.000 doden en 7 miljard euro aan zorgkosten. “Hartrevalidatie heeft bewezen gunstige effecten op het inspanningsvermogen en kwaliteit van leven”, aldus Kemps. “Patiënten die na een hartinfarct of dotterbehandeling gericht revalideren, hebben 35 procent minder kans om in de jaren erna te overlijden. Revalidatie vermindert bovendien de angst bij patiënten en ze kunnen sneller weer aan het werk.”

Te weinig motivatie

Ondanks deze gezondheidswinst revalideert minder dan de helft van de patiënten. “Dat ligt deels aan patiënten die belemmeringen ervaren”, verklaart Kemps. “Te weinig motivatie, te lange reisafstand. Of niet de tijd vinden twee keer per week gedurende enkele maanden oefeningen in groepsverband in het ziekenhuis te volgen.”

Voor Kemps was dit de drijfveer om te kiezen voor telerevalidatie. Dit betekent dat hartpatiënten in eigen tijd aan hun herstel werken en op afstand gevolgd worden. “We weten dat patiënten, ook als ze wel een reguliere revalidatie volgen, vaak terugvallen in oude patronen. Ook dat was een reden om een innovatieve vorm van revalidatie te ontwikkelen. Een methode die beklijft, die gericht is op duurzame gedragsverandering en zelfsturing van de patiënt.”

Telerevalidatie: online platform

Hartpatiënten van het MMC die meedoen aan de telerevalidatie krijgen toegang tot een gepersonaliseerd online platform. Daarin houden zij hun trainingsdoelen en bewegingsdata bij. Na enkele trainingssessies in het ziekenhuis gaan de patiënten met het beweegprogramma door in eigen omgeving. Ze hebben daarbij de beschikking over een accelerometer (een apparaat dat bewegingen meet en registreert) en een hartslagmeter.

Iedere week ontvangen de deelnemers via een videoconsult coaching en begeleiding van hun fysiotherapeut. Kemps: “Voor telebegeleiding bij hartrevalidatie bleek bij een deel van de patiënten meteen veel interesse.”

Beter revalideren

Een aanmoediging om verder te gaan, vond Kemps in onderzoeken die aantonen dat hartpatiënten dankzij telerevalidatie even goed en vaak zelfs beter revalideren dan bij de gangbare revalidatie in het ziekenhuis.

“De groep die in de eigen omgeving traint, zoekt ook daarna de buitenlucht op door te joggen en te fietsen,” aldus Kemps. “Je mag concluderen dat de resultaten uit de diverse onderzoeken zorgverzekeraars ervan hebben overtuigd om telerevalidatie voor hartpatiënten te vergoeden.”

Hartfalen en COPD

Sinds enige tijd zet het MMC telezorg ook in bij een kleine groep patiënten met zowel chronisch hartfalen als COPD. Gezien het hoge risico op heropname bij deze ernstig zieke patiënten is het Remote Patiënt Management (RPM) programma ontwikkeld.

COPD en hartfalen worden normaal gesproken door cardiologen en longartsen los van elkaar behandeld. Maar n RPM zijn de zorgpaden voor geïntegreerd. Patiënten krijgen sensoren mee naar huis en registreren dagelijks in het platform vitale waarden als bloeddruk, gewicht, saturatie (zuurstofpercentage in het bloed), hartfrequentie, en eventuele klachten. Iedere dag is er monitoring door een multidisciplinair team van cardiologen, longartsen en verpleegkundig specialisten.

Samenwerking uniek

“De samenwerking tussen longartsen en cardiologen bij het op afstand volgen van deze patiënten is uniek”, stelt Kemps. “Dertig procent van de hartfalenpatiënten heeft ook COPD. Dat leidde tot voor kort tot veel dubbelingen in diagnostiek, tot draaideurpatiënten en de nodige heropnames. Patiënten wachten bij verslechtering van hun situatie vaak te lang met het inschakelen van hulp. Meestal bellen ze in uiterste nood de huisarts, maar in de tussentijd zijn de problemen toegenomen. Als iemand op de eerste hulp aankomt, is een opname meestal onvermijdelijk, en volgt nog een lange periode voor herstel.”

Door de samenwerking tussen de artsen is de zorg afgestemd op de momenten waarop medisch ingrijpen noodzakelijk is in plaats van voorheen vaste consulten in de polikliniek. Kemps: “Als artsen leren we ook van elkaar over het voorkomen van overbehandeling. We zien nu veel eerder de neergaande lijn in iemands gezondheid en kunnen dan bijsturen. Dat geldt ook voor een naderend levenseinde, waardoor je in staat bent daarover op het juiste moment in gesprek te gaan.”

Niet meer op consult

Kemps verwacht dat dit jaar zo’n honderd patiënten met hartfalen en COPD met het programma actief zijn. “Het zijn de ziekste patiënten die je als arts niet meer op de reguliere consulten in het ziekenhuis ziet. Dat is voor sommige artsen wel heel raar. Dan hoor je ze zeggen: ‘Thuismonitoring is goed, maar ik wil de patiënt wel twee keer per jaar blijven zien’. Maar dat doen we dus niet. De nieuwe mindset is dat reguliere consulten rustig losgelaten kunnen worden omdat we iedere dag de data van de patiënt op het scherm zien.”

Zorgverleners zijn in het programma anders gaan werken. Minder specialistische patiëntconsulten, kortere opnames en daardoor ook minder inkomsten voor het ziekenhuis. De raad van bestuur heeft echter ruimte gegeven voor deze innovatie en met enkele zorgverzekeraars zijn afspraken gemaakt over deze pilot.

Opnameduur verkorten

Kemps: “De verzekeraars vinden het belangrijk dat verbeteringen op het gebied van kwaliteit van leven en zelfmanagement samengaan met minder klinische opnames of opnameduur. Wij hebben beloofd dat we naast sterke verbeteringen in de patiëntenzorg die opnameduur verkorten. De thuismetingen stellen ons in staat om het observatiedeel van de opname, waar normaal twee dagen voor staan, te verplaatsen naar de monitoring die de patiënt thuis doet.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Zorgvisie ict magazine.

Reacties