Waar is het teleconsult in de praktijk?

Recent las ik positieve berichtgeving over de succesvolle invoering van het teleconsult bij tien specialismen in het CWZ in Nijmegen. Het ziekenhuis beschouwt deze ontwikkeling als een goed voorbeeld van de juiste zorg op de juiste plek.

Voor de patiënt levert het gemak op en de tijd op de polikliniek wordt efficiënter besteed, waardoor er bovendien meer ruimte is voor patiënten die daadwerkelijk fysiek gezien moeten worden.

Een paar dagen later las ik dat minister Bruno Bruins (Medische Zorg) gelooft dat beeldbellen een grote vlucht gaat nemen. Tegelijkertijd constateert hij dat er momenteel nog weinig gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid. VWS heeft zich dan ook als doel gesteld het gebruik ervan actief te promoten. Hoe VWS hiervan vorm gaat geven, blijft vooralsnog onduidelijk.

Eigen ervaring

Als aios heb ik in mijn opleidingstijd kennisgemaakt met verschillende ziekenhuizen en dus ook met een diversiteit aan spreekuurinrichting. De observatie van de minister kan ik hierdoor delen: waar is het teleconsult? De enige ervaring die ik kortdurend heb gehad was een pilot voor een selecte patiëntengroep postoperatief na een galblaasoperatie. Ik herinner me vooral de malfunctie van de hiervoor speciaal te gebruiken laptop, de inlogproblemen en de slechte audiovisuele verbinding. In het verdere verloop van mijn opleiding ben ik het teleconsult niet eens meer tegengekomen.

Tegelijkertijd heb ik tijdens elk spreekuur genoeg voorbeelden van contactmomenten met patiënten die net zo goed via het teleconsult hadden kunnen plaatsvinden. Voorbeelden zijn de controle na een blindedarmverwijdering waarbij ‘alles prima gaat’ en de 5 tot 10 mm wondjes van de kijkoperatie fraai genezen zijn. Of de uitslagen van beeldvormend onderzoek of laboratoriumdiagnostiek die ik blijkbaar fysiek moet mededelen, na een voor de patiënt spannende wachtperiode van twee weken omdat ‘de spreekuren zo vol zitten’.

Digitalisering

Terwijl de oudere patiënt nog graag het spreekuur bezoekt en de voorgestelde belafspraak regelmatig afwijst, zijn het vaak de jonge patiënten die me aanspreken op een onnodig fysiek consult en terecht vragen of dit niet anders had gekund in de steeds verder digitaliserende wereld. Het overdag tijd vrijmaken voor de dokter is daarbij ook wel een beetje passé. Als jonge zorgprofessional frustreert me dit. Ik vraag me regelmatig af waarom ik (nog steeds) in een systeem werk met faxapparaten, stempels, patiënten stickers, papieren aanvraagformulieren met handtekeningen en gebrekkige digitale gegevensuitwisseling met onvolledige medische voorgeschiedenis en onvolledige medicatie overzichten, terwijl buiten de witte muren de ene digitale revolutie zich na de andere voltrekt. Ik bel mijn familie via FaceTime vanaf de andere kant van de wereld met kraakhelder beeld en geluid en heb ’s avonds thuis digitaal de hypotheekadviseur op bezoek als ik gezellig op bank zit. Waarom stopt deze digitalisering zo abrupt bij de ingang van het ziekenhuis?

Ik deel dus de opvatting, maar ook de observatie van minister Bruins en juich het promoten dan ook toe. Voor het gemak van de patiënt, de efficiëntie op de polikliniek, en dus ook voor het werkplezier van de dokter. De jonge zorgprofessional is er klaar voor, de jonge patiënt ook. De twijfelende oudere patiënt krijgen we met de tijd wel mee, maar alleen als de digitale voorwaarden er daadwerkelijk komen.

Thomas Schok is aios chirurgie en werkt in het Maastricht UMC+. In 2019 is hij aangetreden als bestuurslid bij VvAA als vertegenwoordiger van de medisch specialisten, samen met anesthesioloog Raymonda Romberg.

 

Reacties