E-health

Waarom de CNIO steeds belangrijker wordt

Foto Allard de Witte

De Chief Nursing Information Officer (CNIO) is in opmars. Bij het landelijke netwerk zijn er inmiddels twaalf geregistreerd, en naar verwachting worden dat er snel meer. Christine Aberson van de Noordwest Ziekenhuisgroep: ‘Verpleegkundigen hebben de beste ideeën voor innovatie.'

Een verbinding maken tussen de zorgprofessionals op de werkvloer en de wereld van de techniek. Dat is volgens Christine Aberson, Chief Nursing Information Officer (CNIO) van de Noordwest Ziekenhuisgroep, de kern van haar functie. ‘En je moet dat alles ook op een begrijpelijke manier kunnen vertalen voor het management en het bestuur. Je moet al die werelden daarom kennen en begrijpen,’ zegt ze in haar werkkamer in de locatie Den Helder van het ziekenhuis, met uitzicht op de dijk en de duinen van Texel in de verte.

Maar het is in de eerste plaats belangrijk dat je het primaire proces doorgrondt, vervolgt ze. ‘Als verpleegkundige heb je wat dat betreft een streepje voor. Je staat immers dichter bij de dagelijkse zorg voor de patiënt dan de arts. Verpleegkundigen hebben vaak goede ideeën en weten als geen ander oplossingen te bedenken voor de problemen die zij tegenkomen in hun dagelijkse werkproces. Als CNIO ga ik daarover met hen in gesprek. Soms is digitalisering een oplossing, en soms moet je bijvoorbeeld een proces aanpassen. Of je moet opnieuw afspraken met elkaar maken die vergeten waren. Dat bespreken we dan met elkaar.

Voorzitter VAR

De CNIO is in opmars. Bij het landelijke netwerk dat wordt gefaciliteerd door beroepsvereniging V&VN, zijn er inmiddels twaalf CNIO’s geregistreerd, en naar verwachting worden dat er snel meer.

Bij Aberson begon het een jaar of twee geleden, toen de Noordwest Ziekenhuisgroep overstapte op een nieuw epd. ‘De raad van bestuur stond op het standpunt dat alle zorgprofessionals daarbij betrokken moesten worden. Dus ook de verpleegkundigen. Omdat ik voorzitter was van de VAR, de verpleegkundige adviesraad, kreeg ik de vraag of ik mee wilde werken. Dat deed ik graag. En van het een kwam het ander.’

Medicatieveiligheid

Juist vanwege hun directe betrokkenheid bij de zorg voor de patiënt zien verpleegkundigen eerder waar het fout gaat bij elektronische toepassingen, ervaart Aberson. ‘In het epd speelt medicatieveiligheid uiteraard een belangrijke rol. De verpleegkundige heeft de laatste controle voordat het medicijn daadwerkelijk aan de patiënt wordt gegeven. Dat moment is cruciaal. Als het medicijn niet juist is voorgeschreven, heeft de verpleegkundige een signalerende rol.’

Het betrekken van verpleegkundigen in het gehele medicatieproces is daarom van belang. ‘Het gaat niet alleen om de dokter die voorschrijft. Juist omdat de verpleegkundige aan het bed staat en het eindpunt is in dit proces heeft zij ook de oplossingen en verbeterpunten. Wij hebben de verpleegkundigen betrokken en samen met de apotheek, de dokters en de leverancier gekeken hoe de zaken verbeterd konden worden. Dat bleek zeer waardevol bij de implementatie van het epd.’

Elektronische pleisters

Maar ook los van het epd zien verpleegkundigen doorgaans goed wat er beter kan bij de integratie van zorg en techniek. Een voorbeeld zijn de biosensoren. Dit zijn elektronische pleisters die patiënten soms mee naar huis krijgen bij ontslag uit het ziekenhuis, en die zaken als ademhaling en bloeddruk permanent meten. ‘Een prachtige vinding, maar je moet er wel op de juiste manier mee omgaan,’ stelt Aberson. ‘Om te beginnen kan zo’n pleister schijnzekerheid bieden. De patiënt heeft het gevoel dat je hem permanent in de gaten houdt, maar is dat ook zo? Dat moet je wel regelen. Anders verandert er iets in zijn conditie dat ongunstige gevolgen kan hebben, maar grijpt er niemand in. Dan ben je nog verder van huis.’

Lastig bij de elektronische pleisters is ook het aantal zogeheten false positives. ‘De pleisters zijn zeer gevoelig en dat kan ertoe leiden dat er ook andere bewegingen worden geregistreerd dan alleen de ademhaling. Maar als een alarm telkens een vals alarm blijkt te zijn, dan neemt de werkdruk natuurlijk enorm toe en is de patiënt ook nog eens nodeloos ongerust.’

Onderbuikgevoel

Bovendien gaan toepassingen als de elektronische pleister voorbij aan het individuele waarnemingsvermogen van de verpleegkundigen. ‘De klinische blik maar ook een zeker onderbuikgevoel van de verpleegkundige draagt dikwijls bij aan snel handelen. Dit onderbuikgevoel is overigens een score in de Early Warning Score (EWS). Uit de literatuur blijkt dat het “niet pluis gevoel” van de verpleegkundige een enorme meerwaarde heeft om op tijd te handelen wanneer het niet goed gaat met de patiënt. Daar kan geen elektronische pleister tegenop.’

Reacties